Terug
Koninkrijk
Republiek
Keizerrijk
Tombe van de Onsterfelijken
Visioenen van het Verleden


  ?

RES PVBLICA


Het woord ‘republiek’ komt van ‘res publica’ wat letterlijk vertaald wordt door “de publieke zaak”. Het bestuur lag niet meer in handen van één man, maar in théorie kon elke Romeinse burger aan de macht komen. De vrees voor een “tweede Tarquinius Superbus” was te groot en daarom werd dit nieuwe systeem ingevoerd.

In de Romeinse samenleving was er een onderscheid tussen vrije mensen en slaven. De vrije mensen waren dan nog eens onderverdeeld in standen.
In feite werd het rijk bestuurd door de Senaat en door de tweede hoogste klasse: de equites (de ridderklasse). Senatoren (adelstand of patriciërs) behoorden tot de hoogste en de rijkste klasse. Equites werden zo genoemd omdat ze zich de kosten van een paard konden permitteren. De ridders regelden ook de economie van het Rijk als bankiers, groothandelaars, staatspachters en zakenmannen.

De taken, die vroeger door de koning werd uitgevoerd, waren nu in handen van twee consuls. Om zaken te beslissen, had men het fiat van de twee consuls nodig.

In een georganiseerd rijk waren er meer ambtenaren nodig om te besturen. Andere ambtsfuncties waren quaestor, aedilis, pontifex maximus, praetor en censor.
Deze functies konden alleen uitgevoerd worden door Romeinse burgers. Daarom werd deze politieke loopbaan ‘cursus honorum’ genoemd.

Cursus

Aanvankelijk was er geen enkel voorschrift omtrent de cursus honorum.
In 342 v. Chr. werd er een eerste regeling getroffen: een persoon mocht niet meer dan één ambt tegelijkertijd uitvoeren.
In 180 v. Chr. werd in de Lex Villia Annalis een minimum leeftijd voor ieder ambt vastgelegd en ook een bepaalde tussenperiode voor het uitoefenen van de volgende functie.

Buiten deze ambtenaren bestonden er ook andere instellingen voor het besturen van het rijk, de provincies en het volk: de Senaat, de Comitia Curiata, de Comitia Centuriata, Concilium Plebis en tenslotte de Comitia Tributa.

Instellingen

Bij aanvang van de Republiek, in 509 v. Chr., was Rome leider van de Latijnse Stedenbond. Hoewel sommige naburige steden nog onafhankelijk waren, vielen deze binnen de invloedssfeer van Rome.
Desondanks dit alles was Rome nog steeds een kleine stadstaat, die moest opboksen tegen Latijnse grootmachten zoals de Etrusken.
Rome voerde een defensieve politiek tot in 406 v. Chr.. Nadien begon ze met de eerste veroveringsoorlog op Etruskisch grondgebied.

In 396 v. Chr. vond een laatste veldslag plaats tussen Rome en Veii. Rome zegevierde en breidde hierdoor z’n territorium ten westen van de Tiber voor een groot stuk uit. Deze overwinning was gedeeltelijk te danken aan de Kelten. Zij oefenden een druk uit op Etruria, het gebied van de Etrusken. De Kelten hadden immers de Po-vlakte reeds overrompeld en waren op weg om Etruria binnen te vallen via de Apennijnen. De Etrusken werden ook uit de streek Campania (zuidoost Latium) verdreven door de Samnieten.
Zes jaar later vielen de Kelten Rome zelf binnen. In tegenstelling tot de Etrusken, herpakten de Romeinen zich en Rome werd weer opgebouwd.

Top

Binnen de Latijnse Stedenbond werden hervormingen ingevoerd zodat de verschillende steden meer afhankelijk werden van Rome.
Op dit ogenblik werd de standenstrijd tussen plebejers en patriciërs beslist ten voordele van de plebejers. In het koninkrijk hadden de patriciërs alle macht in handen. Geleidelijk aan groeide ook de behoefte aan macht bij het plebs.

Gedreven door machtslust, moesten de Romeinen voortdurend oorlog voeren. Dit om geld in de schatkist te krijgen, om te rekruteren en nieuwe voorraden te verkrijgen.
Oorlog voeren was alleen ten gunste van de rijken. Het plebs moest immers telkens hun akkers achterlaten om te vechten. Hun schuldenberg groeide dus aan.
Op een bepaald ogenblik weigert de grote massa om nog langer mee te doen. De plebejers gaan over tot publieke staking (in 494 v. Chr.). Ze eisen dat er wetten komen die een einde maken aan de groeiende schuldenlast en aan de onderdrukkingen door schuldeisers. Hierbij krijgen ze steun van de equites.

Ze verkrijgen dat het ambt van tribunis plebis opgericht wordt. Deze volkstribuun verdedigde de belangen van het plebs in de Senaat. Een tribuun was iemand die veel macht had. Hij kon een besluit of wet, uitgevaardigd door iemand van dezelfde “machtspositie” verhinderen.
In de Senaat beschikten ze over het vetorecht waardoor ze wetten en besluiten konden tegenhouden. Het plebs krijgt ook een eigen vergadering. Maar de besluiten van deze vergadering zijn enkel van toepassing op de plebejers en moeten bovendien door de Senaat goedgekeurd worden.


Twaalf tafelenwet (451 - 449 v. Chr.)

Top

De patriciërs hadden niet alleen de macht in handen, maar bepaalden ook zelf wat wet was. Het plebs eiste dat er wetten zouden opgetekend worden. In 451 v. Chr. werd een commissie van tien man, de decemviri, opgericht als tijdelijke regering. Hun taak was om een standaard wetgeving uit te werken. Deze wetgeving stond bekend als de Twaalf Tafelen.
Wetteksten waren in koperen platen gegraveerd en aan het publiek zichtbaar gemaakt. De wetteksten gingen over publiek, privaat en politiek recht.
Andere wetten gingen over hygiëne, over wie verantwoordelijk was over het onderhoud van wegen. Ook waren er afspraken over het maximum aan intrest dat iemand kon vragen.
Mensen die schulden hadden, kregen dertig dagen om te betalen. Deden ze dat niet, dan konden ze door hun schuldeisers als slaven verkocht worden.
Het was verboden om spreuken over iemand uit te spreken, evenals openbaar manifesteren tegen iemand. Het stelen van oogst was een zwaar misdrijf. Volgens Plinius de Oude was deze straf zelfs harder dan de straf die op moord stond.
Er werd een onderscheid gemaakt tussen moord met voorbedachte rade en onvrijwillige doodslag.
Vaders hadden het recht om hun kind, dat het slechte pad was opgegaan, om te brengen.
Deze wetten bleven gelden tot het einde van het Romeinse Rijk en worden beschouwd als de basis voor het Europees Recht.

Maar het duurde niet lang eer men deze wetten dubbelzinnig ging opvatten. De rijkere klassen, de patriciërs, hadden veel invloed en zetten de wetten naar hun hand. Een voorbeeld is de ager publicus: akkergrond wordt voortaan door de staat uitgedeeld. Dit speelde natuurlijk in de kaarten van de patriciërs! Zij "zijn" immers de staat!!
De plebejers organiseerden een tweede publieke staking, maar deze poging haalde niet veel uit omdat ze niet de juiste middelen hadden: macht ten op zichte van de patriciërs.

De sociale strijd van plebejers versus patriciërs gaat verder.
In 447 v. Chr. mag het volk quaestors kiezen en twee jaar later wordt het verbod waardoor patriciërs niet met plebejers mogen trouwen, afgeschaft.


De Licinische wetten (367 v. Chr.)

Top

Het ergste wat de patriciërs kon overkomen, was dat plebejers toegelaten zouden worden tot de magistratuur. Dit gebeurde in 367 v. Chr. met de Licinische wetten.
Eén consul moest voortaan een plebejer zijn. Dit was het einde van de alleenheerschappij van de Romeinse aristocratie.
Ook stond in deze wetten geschreven dat niemand meer dan 125 hectare staatsgrond mocht hebben.

Op dit ogenblik was Rome één van de machtigste staten van Italië. De Romeinse Republiek bestond echter slechts uit Latium en een deel van Etruria.
Rome stond op het punt bedreigd te worden door een nieuwe vijand: de Samnieten.
Tussen 363 v. Chr. en 290 v. Chr. werd dit conflict uitgevochten en Rome kwam uit de bus als overwinnaar.

In 358 v. Chr. werd de Romeinse Stedenbond vernieuwd. De superieure positie van Rome werd sterk benadrukt.
Vier jaar later vielen de Galliërs opnieuw binnen, maar de aanval werd afgeslagen. De Etrusken zagen nu hun kans om Rome binnen te vallen. Na enkele nederlagen en overwinningen, versloegen de Romeinen de Etrusken (351 v. Chr.). Beide partijen ondertekenden een vredesverdrag van veertig jaar.
In datzelfde jaar probeerden de Kelten in een derde vergeefse poging de Romeinen te verslaan.

In 348 v. Chr. sloot Rome een handelsverdrag af met Carthago, dat gelegen was aan Afrikaanse kust.


De Eerste Samnietische Oorlog (343 – 341 v. Chr.) en de Latijnse Oorlog (340 – 338 v. Chr.)

Top

Vijf jaar na het verdrag met Carthago botsen de Samnieten op het Romeinse Rijk. In deze oorlog, beter bekend dan de Eerste Samnietische Oorlog, behaalt Rome vlug een overwinning.
Rome heeft echter de verschillende steden van de Latijnse Stedenbond in de oorlog betrokken, zonder eerst een vergadering bijeen te roepen. De verschillende steden eisen dat zij als geheel gelijk gesteld zouden worden met Rome en dat ze met respect behandeld worden.
Dit voorstel verwerpt Rome. Dit betekent het begin van een tweejaar durende campagne in Latium.
In 338 v. Chr. wordt de Latijnse Stedenbond ontbonden. Sommige steden worden opgenomen in het Romeins Rijk, andere behouden enkel de burgerrechten en verloren hun politieke rechten.


De Tweede Samnietische Oorlog

Top

De Tweede Samnietische Oorlog is geen verdedigingsoorlog zoals de eerste.
Na twintig jaar heeft Rome zoveel overwinningen behaald dat de Samnieten om vrede vragen (in 321 v. Chr.) De voorwaarden van Rome zijn echter zo hard dat deze verworpen worden.
De oorlog gaat dus verder. De Samnieten blijven doorvechten, tot hun situatie hopeloos wordt (in 291 v.C).

De steden van Campania, die in de oorlog betrokken zijn, worden voortaan beschouwd als Romeinse bondgenoten. De Romeinen legeren troepen in Campania en in Oost-Samnium.


Lex Hortensia (287 v. Chr.)

Top

Ondertussen is de vermenging van patriciërs en plebejers verder gegaan. De Licinische wetten hadden plebejers al toegelaten in de magistratuur, maar met de Lex Hortensia worden plebejers voortaan niet meer als “minderwaardig” beschouwd.
Ook gelden de besluiten van de Comitia Tributa nu voor de patriciërs.

In 283 v. Chr. vragen de Griekse kolonies, die onder vuur lagen van enkele Latijnse stammen, Rome ter hulp.
Ze wantrouwen immers Tarentum (kolonie van Sparta), die hun in het verleden al eens in een vergeefse poging ter hulp gekomen was.
De bevolking van Tarentum voelt zich tekortgedaan en begint ruzie te maken met andere Griekse steden.
Door een Romeinse expeditie in de waters buiten het Romeinse Rijk, heeft Tarentum een reden om een oorlog te beginnen.

Pyrrhus van Epirus (318 – 272 v. Chr.)

Top

Pyrrhus

Pyrrhus, koning van Epirus, komt Tarentum ter hulp. Pyrrhus was het neefje en de opvolger van Alexander ‘de Molossiër’ (oom van Alexander de Grote). Hij wilde een beetje in de voetsporen van Alexander de Grote treden met het westen te veroveren. Tarentum is hiervoor een geschikte uitvalsbasis.
Dit is natuurlijk niet de bedoeling van Tarentum en hij is voortaan niet meer welkom. Net zoals bij andere Griekse steden. De Romeinen waren ook niet echt enthousiast over deze nieuwkomer.
Oorlog is dus het enige alternatief. De Romeinen winnen deze zonder problemen.
Het Italiaans schiereiland is nu volledig in Romeinse handen!!!

Hoewel het gebied van de Romeinen zich uitstrekt over gans Italië en een stukje van Sicilië, overstijgt hun faam vele rijken.
Koning Agathocles van Syracusa (een stad gelegen in Sicilië) had tijdens zijn bewind gebruik gemaakt van huurlingen. Eén van deze huurlingen, die zichzelf zonen van Mars noemden, de Mamertini, hadden een buurstad van Syracusa ingenomen. Een deel van de Marmertini waren in Campania in dienst bij het Romeins leger.
Na muiterij, slagen deze erin Reghium in te nemen en te bezetten voor tien jaar. Met de hulp van Hieron een bevelhebber van de Syracusische troepen, kunnen de Romeinen in 270 v. Chr. hun gebied herinnemen.
Hierna roept Hieron zichzelf tot koning van Syracusa.
Het is echter nog niet gedaan met de Marmertini. Ze leven grotendeels als piraten en op die manier maken ze het vaarwater in Sicilië onveilig.

In 265 v. Chr. wil Hieron de Mamertini voor goed uitschakelen. Enerzijds waren Mamertini net zoals Carthago traditionele vijanden van de Grieken. Anderzijds waren zij van Italiaanse origine. En Rome was immers beschermer van alle Italiaanse volkeren.
Wat moet hij nu doen? Hieron neemt risico en vraagt toch aan de Romeinen of ze willen helpen.
De zaak wordt voorgelegd aan de Comitia Tributa. De commissie heeft besloten, ook met het oog op handel, een compromis te sluiten: ze verklaren geen oorlog aan de Marmertini, maar sturen een leger op expeditie naar hun gebied.
Carthago, die eerder verwacht had dat de Romeinen niets zouden ondernemen, was niet echt opgezet bij het zien van Romeinse troepen. De handel in de buurt van Sicilië, is grotendeels in de handen van Carthago en ze raken hun positie niet graag kwijt.


Punische Oorlogen (264 - 201 v. Chr.)

Top

Rome komt tussen 264 en 201 v. Chr. terecht in een reeks conflicten, gekend onder de naam Punische Oorlog.
De machtsstrijd gaat tussen de twee grote rijken van het westers Middellandse-Zeegebied: Rome en Carthago.
Carthago was oorspronkelijk een Punische kolonie, vandaar de term “Punisch”.

Punische

Macedonische oorlogen

Top

Na enkele jaren van vrede, volgt een derde oorlog met Macedonië. De oorzaak was dat Philip V gestorven was (179 v. Chr.). Zijn opvolger Perseus zorgt voor spanningen in het rijk van Eumenes II, koning van Pergamum.
Het komt tot een conflict. Pergamum was echter een rijkje dat zich niet liet doen. Rome verklaart de oorlog aan Macedonië, om zijn bondgenoot te helpen.
Na enkele verliezen in 171 en 170 v. Chr., slagen de Romeinen er in om de beslissende slag te winnen (168).
Perseus geeft zich over en wordt verbannen. Macedonië wordt in vier afzonderlijke delen gesplitst en mag niet meer politiek en commercieel georganiseerd worden.
Illyria had Macedonië in de oorlog gesteund en wordt op zijn beurt in drie zulke gebieden verdeeld.
Epirus, een andere bondgenoot van Macedonië, wordt een zware dwangsom opgelegd.

In Spanje was intussen de spanning toegenomen.
Het bestuur lijkt meer op tirannie en de plaatselijke bevolking is woedend op de Romeinse leiders.
De Senaat doet alles om toch de controle te behouden over Spanje.

In 149 v. Chr. eist Andriscus de troon op van Macedonië. Hij noemde zichzelf Philip en beweert de zoon van Perseus te zijn. Het lukt hem om de locale militie te verslaan en Macedonië weer te verenigen. Rome mag dit niet tollereren en zendt meteen troepen naar Macedonië.
In 149 wordt Macedonië weer verslagen. Andriscus wordt het land uit geschopt.

Gelijktijdig komen de Grieken in opstand tegen de Romeinen.
Rome zond diplomaten naar Archaease confederatie (Macedonië en Griekenland). Maar de Grieken weigeren omdat ze onafhankelijk willen worden van Rome. Ze krijgen nog een tweede kans (147 v. Chr.)
Wanneer de Grieken opnieuw weigeren stuurt Rome troepen die zich nog in het gebied van Macedonië bevonden, naar Korinthe (hoofdstad van Archaia). De Griekse leiders proberen de Romeinen nog buiten Korinthe te houden, maar dit mislukt. De Griekse troepen vluchtten weg en Korinthe wordt in as gelegd. Alle mannen worden vermoord en alle vrouwen en kinderen als slaaf verkocht. Macedonië en Archaia zijn nu Romeinse provincies.

In Afrika was Carthago al vrij goed bekomen van de Tweede Punische Oorlog. De politieke tegenstanders van Hannibal willen zo goed mogelijk opschieten met het Romeinse Rijk.
Numidia, het buurland van Carthago, pikt echter geregeld gebied in aan de grens met Carthago. Numidia was een bondgenoot van de Romeinen.
Carthago kon dit niet langer verdragen en zond een klachtboodschap naar Rome. Marcus Cato (“De Oudere”) wordt aan het hoofd gesteld van een onderzoekscommissie (150 v. Chr.).
Cato haat echter Carthago. Hij had reeds meerdere malen in de Senaat voorgesteld om Carthago te vernietigen (“Delenda Carthago!”). Het was dus niet moeilijk om op voorhand te zien dat Cato zeker in het voordeel van Numidia zou pleiten.


De derde Punische Oorlog (150 – 147 v. Chr.)

Top

Het resultaat was dat Numidia nog meer cavalerie zond naar de grens met Carthago. Carthago reageert met de wapens. Hierdoor werd het verdrag met Rome geschonden, waarin stond dat ze niet mochten vechten zonder de toestemming van de Romeinen. Zo begon een derde en laatste Punische Oorlog.
Deze duurt “maar” drie jaar.

3e Punische

Opstand in Hispana

Top

Tussen 151 en 133 v. Chr. hebben de Romeinen in Hispana af te rekenen met Lusitanians, Celtiberians en andere Spaanse stammen.
De Romeinen kampen met vernederende nederlagen. Desalniettemin slaagt de briljante veldheer Scipio Aemilianus erin de opstand te onderdrukken. Hij werd hoewel het legaal gezien niet mocht herkozen als consul van Spanje.

Top

Rome erft Pergamum

Top

In datzelfde jaar was koning Attalus III van Pergamum gestorven zonder erfgenamen.
Op zijn sterfbed schenkt hij zijn rijk aan de Romeinen, die al lange tijd goede bondgenoten waren. De enige voorwaarde is dat de Griekse steden in zijn rijk geen taksen zouden moeten betalen.
De Senaat aanvaart deze voorwaarde, het gebied had immers rijke grondstoffen.


De gebroeders Gracchus

Top

De vele uitbreidingen in het rijk zorgen voor sociale problemen. De kleine boeren moeten in tijd van oorlog hun akkers verlaten. Na de oorlog moeten ze weer geld lenen om hun akkers opnieuw op te bouwen. Als ze deze schulden niet kunnen betalen, belanden ze in de goot.
Hierdoor voegen vele kleine boeren zich bij het proletariaat van de steden. Proletariaat is afgeleid van het woord “proles” wat "nakomeling" betekent. Het enige wat proletariërs hebben, zijn hun nakomelingen.
De herenboeren met hun latifundia (grootgrondbezittingen) doen mee aan een politiek en economisch machtsspel. De Licinische wetten in 367 v. Chr. bepaalden dat niemand meer dan 125 ha. grond mag hebben, maar de macht van de aristocratie is hoger dan de wetgeving.

Tiberius Gracchus, een volkstribuun (133 v. Chr.), wil een einde maken aan het grootgrondbezit van de grondadel door te pleiten voor de akkerwet.
In deze tijd begon men in Rome meer en meer te denken in politieke termen als links en rechts, waaruit de twee fracties van Optimates (partij van de adel) en Populares (volkspartij) zijn ontstaan.
De grondadel hadden Gracchus’collega, Octavius, omgekocht. Met deze zijn veto kon men verhinderen dat de akkerwet doorgevoerd werd.
Tiberius manipuleert echter het volk zodat Octavius uit zijn ambt gezet wordt. Nu kan Tiberius de akkerwet doorvoeren. Maar op een jaar tijd kan hij niet genoeg gedaan krijgen. Hij moet dus de steun krijgen van het volk om een tweede ambtstermijn te verkrijgen.
De Senaat weet handig het volk te doen geloven dat Tiberius erop uit is om tiran te worden. Dit is iets wat heel gevoelig ligt bij de Romeinen (cfr. Tarquinius Superbus) en Tiberius wordt in een volksopstand (georganiseerd door de Senaat) omgebracht.

Caius Gracchus wil het werk van zijn broer verder zetten en wordt in 120 v. Chr. verkozen tot volkstribuun.
Van al zijn hervormingswetten kan hij alleen verkrijgen dat de graanverkoop beterkoop is voor het gewoon volk.
Caius heeft iedereen tegen zich, zowel de aristocratie, als het gewoon volk (door de faam van zijn broer). Ook hij wordt in een volksopstand vermoord.

De gebroeders Gracchus hebben misschien niet veel bereikt in hun periode, maar op lange termijn hebben ze hun sporen nagelaten over ganse het politiek systeem van het Romeinse Rijk.

Gaius Marius

Top

Marius lost in 109 v. Chr. een conflict op met Numidia door Jugurtha te vermoorden.
Jugurtha was de neef van de twee troonsopvolgers van Numidia. Hij had ze allebei vermoord, waarna de Romeinse Senaat een leger gestuurd had naar Numidia. Dit leger had echter gefaald in zijn missie en Marius moet de boel nu oplossen.

Rond 110 v. Chr. kwamen de Romeinen voor het eerst in aanraking met Germaanse stammen aan de grens.
Terwijl worden verschillende Gallische stammen, zoals Teutones en Cimbri aangetroffen aan de vlaktes van de Sâone en de Rhône en vermoorden de Helvetii de Romeinse consuls Silanus (109) en Cassius (107).
En dit was niet het einde van de tegenslagen die Rome kende door de hand van de Kelten.

In deze periode van wanhoop werd Marius jaar na jaar als consul verkozen om de Keltische hutsepot onder controle te houden. Dit was door wet verboden, maar Marius was één van de beste soldaten die Rome kende.

Als consul in 108 v. Chr. voerde hij hervormingen binnen het leger in: hoe kon hij de boerengemeenschap, dat Rome eigenlijk was, omvormen tot een goed geoliede oorlogsmachine? Als soldaten terugkwamen van de oorlog, hadden ze immers niets meer op hun akkers. Het enige wat hun restte was een berg schulden. Ze trokken daarna naar de stad, in de hoop hier een nieuwe toekomst op te bouwen, maar dit veranderde niets aan hun rijkdom.
Door dit alles kwam Rome, die steeds meer soldaten nodig had in de oorlogen om een wereldrijk op te bouwen, mensen te kort.
Marius had voor het eerst in de Romeinse geschiedenis het idee van soldij voor soldaten ingevoerd. Hier bleef het echter niet bij: soldaten die hun rijk goed gediend hadden, kregen na hun dienstplicht een stuk akkerland toegewezen. Marius maakte ook wereldwijd reclame voor het Romeinse leger.

Deze maatregelen kwamen juist op tijd, want Rome had troepen nodig om zich te kunnen verdedigen tegen hordes barbaren.
De Germanen waren de Saône weer overgestoken, klaar om Italië binnen te vallen. Terwijl wilden de Teutones en de Cimbri via de bergen hun inval wagen.

Marius versloeg hen allen samen met Catulus. Dit maakte hem nog meer populair bij het volk, waardoor hij voor de zesde keer verkozen kon worden tot consul.


Bellum Sociorum (91 – 89 v. Chr.)

Top

Sociorum

In deze bloedige burgeroorlog kampt een groot deel van Midden- en Zuid-Italië tegen Rome en de rest van Italië om het Romeinse burgerrecht te verkrijgen.
Oorspronkelijk bestond het Romeins systeem erin een politiek te voeren van “verdeel en heers”:
Iedere Italische gemeenschap (bestaande uit Romeinse civitates (of burgers)) kreeg meer of minder rechten dan z’n “buurgemeenschap”.
De gemeenschappen met meer rechten controleerden deze met minder rechten. Ze bleven echter voor een stuk autonoom, maar moesten (meestal) taksen betalen en mensen leveren voor de legerdienst.
Deze gemeenschappen eisten echter al lang voor een algemeen burgerrecht. Maar als het van Rome afhing, waren zij slechts onderdanen.

Rome kwam terrecht in een bloedige burgeroorlog.
Er volgden een aantal wetten: lex Iulia (90) gaf Romeins burgerschap aan de “bondgenoten” van Rome; de lex Plautia-Papiria verleende iedereen Romeinse burgerschap die binnen de zestig dagen de wapens neerlegden;de lex Pompeia (89) gaf de Italiërs ten noorden van de Po de status van ‘Latijnse bondgenoten’.

In 88 was in de Romeinse provincie van Asia Minor, koning Mithridates van Pontus binnengevallen. Deze had 88.000 Romeinse burgers uitgemoord. De Senaat moest spoedig ingrijpen en gaf Sulla het commando. Sulla was verkozen als consul en had bovendien een einde gemaakt aan de Sociale oorlog. Hij nam de scepter van Marius als populaire bevelhebber dus over.

Marius’ politieke bondgenoot, volkstribuun Sulpicius Rufus (124-88 BC), had in het consilium Plebis verkregen dat Marius het bevel over kon nemen. Hoe hij dit gedaan had, is een andere zaak.
Toen Sulla dit hoorde rukte hij meteen met zijn zes legioenen, die hij nog over had van de Bellum Sociorum, op naar Rome. Zijn soldaten volgden hem zonder aarzelen…
Hierbij was Sulla vergezeld door zijn politieke collega, Pompeius Rufus. Sulpicius werd vermoord en Marius, reeds oud, vluchtte weg.
Hij werd aan de kust van Latium ingehaald en ter dood veroordeeld. Maar toen men niemand vond om de straf uit te voeren, zonden ze hem per schip naar Carthago. Eens hier aangekomen, werd hij bevolen verder te trekken, uit de Romeinse provincie.


Sulla

Eerste hervorming

Top

Sulla had veel gemeen met Marius. Beiden blonken uit als bevelhebber en beiden waren op macht belust. Net zoals Marius moet Sulla zijn stempel op het verleden drukken door hervormingen door te voeren.
Als hoofd van het leger, gebruikt hij de militaire raad (Comitia Centuriata) om alles wat Sulpicus Rufus doorgevoerd had, te annuleren. Ook besliste hij dat voortaan alle besluiten die effect hadden op het volk, eerst door de Senaat goedgekeurd moesten worden. Dit betekende in feite dat de Comitia Tributa en de Comitia Plebis hun macht verloren en dat de invloed van volkstribunen serieus ingekrompen was, terwijl die van de Senaat gegroeid was.

Sulla manipuleert de verkiezingen voor consul niet, maar eist wel dat zijn hervormingen niet veranderd zouden worden.
Zo werd L. Cornelius Cinna tot consul verkozen. Dit alles gedaan zijnde, kon Sulla in 87 v. Chr. naar Mithridates trekken om het Romeinse volk te wreken tegen de onderdrukker.

Marius en Cinna nemen controle over

Nu dat Sulla uit Rome is, kan Cinna gerust de veranderingen die Sulpicius Rufus doorgevoerd had, weer toepassen.
Er breekt geweld uit in de stad, en Cinna doet als het waren de Sociale Oorlog herleven.
Marius was intussen uit ballingschap teruggekeerd en voegt zich bij Cinna. Hij was uit op wraak.
Rome was als een muis voor de kat. Marius grijpt een zevende consulschap zonder verkiezingen, maar sterft in datzelfde jaar (87 v. Chr.). Cinna blijft als enige machtshebber en als consul achter in Rome, tot hij in 84 v. Chr. vermoord wordt. De macht komt in handen van Cinna’s bondgenoot, Cn. Papirius Carbo.

Oorlog met Mithridatic

Top

Terwijl Rome verstrikt zit in de Sociale Oorlog, grijpt koning Mithridatic van Pontus de kans om de Romeinse provincie van Asia Minor te veroveren.
Onder invloed van Mithridatic breekt in Athena een opstand uit tegen de Romeinen. Athena wordt echter door Sulla in 86 ingenomen. Intussen vecht Sulla’s luitenant, Lucius Lucullus, te water.
Archelaus, Mithridatic’s generaal, had een groot leger opgetrokken. Sulla gaat met zijn leger, dat zes keer zo klein was, Archelaus tegemoet en verslaat hem te Chaeronea.
Sulla onderhandelt met Arcelaus en regelt in 85 v. Chr. een vergadering met koning Mithridatic. Als voorwaarde moet de koning aan Rome de veroverde gebieden teruggeven en zich terugtrekken over de grens. Bovendien moeten ze schepen en een deel van hun rijkdom afstaan.

Sulla wordt dictator

In 83 v. Chr., ongeveer in de lente, staat Sulla weer voor de poorten van Rome, vastberaden om de macht over de stad weer te grijpen. Maar Rome bezat meer troepen dan hij. Deze troepen komen Sulla tegemoet.
Aan de poort van Colline vechten ze het uit (omstreeks augustus 82 v. Chr).
Deze slag wint Sulla. Hij was nu heer en meester van het Romeinse Rijk. Sulla liet alle gevangenen van de veldslag in koele bloede vermoorden.
Sulla roept zichzelf uit als dictator voor onbepaalde duur. Hij maakt een lijst op van mensen die hij beschouwde als tegenstander. Hij besliste wie zou sterven of wie z’n bezit zou verliezen. In het bijzonder spaart hij echter het leven van één jonge patriciër, wiens tante de vrouw was van Marius en wie zelf getrouwd was met de dochter van Cinna: Gaius Iulius Caesar.

De tweede hervorming van Sulla

Top

In 81 verandert Sulla de grondwet. Sulla berooft de volkstribunen en alle instellingen van enig gezag en geeft alle macht in handen van de Senaat.
In 79 v. Chr. trekt Sulla zich terug als dictator en sterft één jaar later.

Hoewel de Republiek tot 27 v. Chr. duurt, is dit eigenlijk het einde, want wat Sulla gedaan had, was voor andere een voorbeeld.


H et tijdperk van Gaius Iulius Caesar

Caesar


Het einde van de Republiek

Top

Het Tweede Triumviraat

Nadat Caesar vermoord was, willen de samenzweerders de Romeinse Republiek herstellen. Ze hebben er echter een briljante tegenstander bij: Marcus Antonius (83 – 30 v.C.).
Voordien was Antonius de favoriete aanvoerder geweest van Caesar, maar nu is hij de verkozen consul. Hij bergt zorgvuldig alle bronnen van Caesars' daden veilig op en zorgt voor het testament en de publieke begrafenis van Caesar.
Bij het voorlezen van het testament breekt er een oproer uit tegen de samenzweerders van Caesar. Deze kiezen vlug het hazepad en trekken uit Rome uit vrees gelyncht te worden door de massa.

Decimus Brutus, “een samenzweerder”, (niet te verwarren met Marcus Iunius Brutus) neemt bezit in van Gallia Cisalpina. Terwijl Marcus Aemilius Lepidus, die raadpleger was van Caesar, bezit neemt van Gallia Transalpina.
Caesar had in z’n testament Macedonië en Syrië aan de hoofdsamenzweerders Marcus Brutus en Gaius Cassius geschonken, niets wetende over zijn noodlot. De samenzweerders hadden dus nu de kans om troepen te verzamelen.
Antonius trekt in deze periode van chaos naar het gebied van Decimus Brutus. Brutus wordt voortaan beschouwd als publieke vijand (door toedoen van Cicero).

Terwijl dit alles gebeurt, komt de jonge Gaius Iulius Caesar Octavianus op de proppen. Hij is achterneef en aangenomen zoon van Iulius Caesar.
Octavianus maakt zichzelf bekend als erfgenaam van Caesars ‘testament. De Italiaanse legioenen zweren meteen trouw aan de persoon die zichzelf zoon van Caesar noemt.

Op twintig jarige leeftijd stapt Octavianus Rome binnen met zijn legioenen en eist de titel op van consul. Niemand durfde hem tegenspreken.
Octavianus veroordeelt de samenzweerders ter dood en brengt hen om.

De gouverneurs van Spanje en Gallië, die voordien neutraal waren, zweren hun trouw aan Octavianus.
Samen met Antonius en Lepidus wordt het Tweede Triumviraat opgericht in 43 v.Chr.

Top

Octavianus en Antonius verslaan één jaar later Brutus en Casius en verdelen het rijk in twee. Lepidus wordt genadeloos opzij geschoven.
Octavianus krijgt het westen en Antonius het oosten.

Gedurende een periode van tien jaar zijn er enorme spanningen tussen de twee. Er kon meestal net een oorlog vermeden worden.
Octavianus en Antonius zijn eigenlijk uit hetzelfde hout gesneden. Beide zijn ambitieus en op macht belust. Bovendien is het Rijk niet gemaakt om met twee te besturen: het westen is het centrum van alle macht, terwijl het oosten gevuld is met weelde en rijkdom.

Octavianus verblijft in Rome en Antonius trekt in bij de Egyptische koningin Cleopatra.
Antonius kamt met problemen. Immers één van z’n officieren, spant samen met Pacorus (koning van Parthia) om Syria binnen te vallen. Deze toestand verzwakt Antonius en verplicht hem om de vrede te bewaren met Octavianus. Hij vermijdt een oorlog door met Octavia, de zus van Octavianus te huwen.

Onverwachts komt een nieuwe rivaal op het podium: Sextus Pompeius.
Hij is de zoon van Pompeius de Grote en was bevelhebber onder Decimus Brutus.
Deze Sextus tracht een machtspositie af te dwingen bij de triumvires door een blokkade te Rome. De triumvires geven hem Sardinië, Sicilië en Archaea.
Octavianus bereidt in allerijl een gevecht voor met Sextus Pompeius en ook met Antonius. Deze was ondertussen van Octavia weggevlucht, terug naar zijn minnares Cleopatra.
Antonius werpt zich in 36 v. Chr. in een nieuw conflict met Parthia. Dit kost hem bijna z’n vel, maar hij kan toch tijdig ontlopen.

Ondertussen probeert consul Lucius, de broer van Antonius, met geweld de macht te grijpen in Rome. Agrippa (°63 v. Chr. - +12 n. Chr.), de rechterhand van Octavianus, overtuigt hem echter om weg te trekken uit Rome (40).

Het ideale moment om het triumviraat te beëindigen is aangebroken. Dit gebeurt in het pact van Brundisium (36 v. Chr.).

Sextus Pompeius werkt nog steeds op het systeem van Octavianus. Deze was immers gedreven om het westen te herorganiseren.
Pompeius was meester te zee en was niet te onderschatten. Alweer was Agrippa de reddende engel.
Iets later vond Sextus de dood door de hand van Antonius.
Lepidus zag zijn kans weer om deel te hebben aan de macht. Hij werd echter op de achtergrond geschoven door hem de onbeduidende functie van pontifex maximus toe te wijzen.

De spanningen tussen Octavianus en Antonius laaien weer hevig op wanneer Antonius openlijk breekt met Octavia.
Rome verklaart de oorlog met Egypte. Antonius trekt naar Griekenland om zo binnen te vallen in Italië. Maar dit wordt weer eens verhinderd door vaardigheden va Agrippa.
Octavianus was inmiddels aangekomen in Epirus. Als strateeg is hij echter niet opgewassen tegen Antonius en hij wacht dus wijselijk af. Dit kat-en-muis-spel speelt natuurlijk in zijn voordeel, want Antonius wist niet meer wie te vertrouwen.
Antonius besluit toch terug te trekken met zijn leger. Hij vertrekt met Cleopatra, maar wordt omstreeks augustus door Agrippa tegengehouden en gedwongen tot vechten.
Dit alles vindt plaats te Actium.
Antonius lijkt niet opgewassen tegen Agrippa. De strijd is gestreden wanneer Cleopatra en Antonius besluiten weg te vluchten.

Top

Door het valse gerucht dat Cleopatra dood zou zijn, pleegt Antonius in 30 v.Chr. zelfmoord.
Uit vrees voor Octavianus, die met zijn leger in Pelusium aangekomen was en omdat haar minnaar dood was, ontneemt Cleopatra zich het leven.

Octavianus bleef alleen achter: roemvol, rivaalloos en onstuitbaar om de troon te bestijgen.

Octavianus, alleenheerser van Rome

In 28 v. Chr. brengt Octavianus vrede door al het kwaad dat hem en zijn lotgenoten aangedaan was, om te keren. Ook herstelt hij de eer en waardigheid van de senatoren.

Niet uit eigen belang, maar in het belang van het volk en de staat legt hij z’n functie van consul neer in ruil voor een andere vorm van macht.
Voortaan is Octavianus pater patriae (vader van het Rijk), princeps (“eerste burger”) of Caesar Augustus.

Octavianus heeft plaats gemaakt voor “Augustus”, keizer van het Romeinse Rijk.

Top


Copyright © Steven Poelmans