Terug
Koninkrijk
Republiek
Keizerrijk
Tombe van de Onsterfelijken
Visioenen van het Verleden


  ?

KONINKRIJK


Volgens klassieke schrijvers waren de eerste vier koningen van Romeins-Sabijnse oorsprong. Het gaat echter over legendarische figuren, die overeenkomen met vier ontwikkelingsstadia van de stad.

Romulus (753 v.Chr. – 716 v.Chr.)

Romulus was de eerste koning. Hij stichtte de stad.
Later was Romulus plots verdwenen, om als de oorlogsgod Quirinus terug te komen.

De tweede koning was Numa Pompilius (716 v.Chr. – 673 v.Chr.).
Hij was van Sabijnse oorsprong. Hoewel archeologische bronnen vermelden dat godsdienst afkomstig is van de Etrusken, zou hij aan de oorsprong liggen van de eredienst.

Tullus Hostilius (673 v.Chr. – 641 v.Chr.)

breidde Rome uit met de heuvel Caelius.
Hier liet hij zijn paleis bouwen. In deze tijd begon Rome een vooraanstaande positie in te nemen onder de Latijnse steden. Door de gunstige ligging van de stad aan de Tiber, werd Rome een marktplaats van Latium.
Dankzij de aanwezigheid van de Etrusken in de naburige gebieden, bleven de Romeinen altijd paraat voor in het geval dat ze zichzelf moesten verdedigen. Dit droeg bij aan de ontwikkeling van een goed getraind Romeinse leger, dat later zo beroemd is geworden.
Ook gebruikten ze de technische en culturele kennis van de Etrusken voor een betere ontwikkeling.
De naburige stad Alba Longa was niet erg opgezet met het feit dat Rome meer en meer invloed kreeg. In die tijd was er reeds een Latijnse Stedenbond (een samenwerkingspact tussen verschillende steden ) en Alba Longa was er de leider van.
Een oorlog leek dus onvermijdelijk. Hetgeen gebeurde in 665 v. Chr..
Alba Longa werd ingenomen en verwoest door de Romeinen. Dit was de eerste stap naar een wereldrijk.
Deze koning kreeg waarschijnlijk de naam Hostilius (vijandig) omdat er voor het eerst gevochten werd met een naburige gemeenschap.

Ancus Martius (641 v.Chr. – 616 v.Chr.)

Na de dood van Hostilius werd een kleinzoon van Numa Pompilius koning.
Er werd gezegd dat hij de stad omwalde met een muur en dat hij een houten brug plaatste over de Tiber. Deze brug werd Pons Sublicius gedoopt.
Hij breidde ook het Romeins gebied uit tot aan de monding van de Tiber. Waar hij de havenstad Ostia stichtte.
Geruchten gingen rond dat Martius volkeren van overwonnen stammen naar Rome bracht. Ze mochten op de Aventinus een nederzetting plaatsen, maar kregen niet dezelfde rechten als de oude stamfamilies van de Romeinen. Hier werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen patriciërs (Romeinse stamfamilies) en het plebs (de kolonisten, het ‘gewoon volk’).

Top

Servius Tullius (616 v.Chr. – 534 v.Chr.)

was trouw aan Rome en onder zijn bewind kende de stad een grote bloei. Het grondgebied van Rome werd uitgebreid tot de heuvels Esquilinus en Viminalis.
Servius liet een stadsmuur bouwen rond de zeven heuvels en deze muur duidde de grens aan gedurende 5 eeuwen lang.
Tullius voerde ook een aantal belangrijke maatschappelijke en politieke hervormingen door. Hij zorgde bijvoorbeeld voor het nieuw Latijns Verbond, dit is een verbond tussen verschillende naburige steden, met Rome op de leidinggevende plaats.
Ondanks de hervormingen, die een nadeel betekende voor de patriciërs, groeide hun macht. De adel was niet opgezet met Tullius en er werd een complot gesmeed tegen hem.
In 534 v.Chr. werd hij vermoord. De hoofdman van de samenzweerders riep zichzelf uit tot volgende koning.

Tarquinius Superbus (534 v.Chr. – 509 v.Chr.)

Tarquinius Priscus, werd door de Romeinen Tarquinius Superbus genoemd (de trotse). De bevolking was verontwaardigd door z’n slecht bestuur. Hij probeerde de Senaat in een netelige situatie te brengen door enkele senatoren te laten executeren en door diegenen die een natuurlijke dood gestorven zijn, niet te vervangen. Bovendien eiste hij van de burgers een hoge oorlogsarbeid en handenarbeid.
Om zichzelf te beschermen, huurde hij mensen in als gewapende garde. Hij regeerde als een echte tiran.
Op gebied van “buitenlandse politiek” paste Superbus een andere tactiek toe dan Servius. In plaats van een vreedzame politiek, dwong hij de naburige steden zich te onderwerpen.
Tijdens een conflict met de Volsci, brak er een opstand uit onder leiding van Tarquinius Collatinus en Lucius Junius Brutus (deze laatste z’n vader en broer waren door Superbus vermoord). Toen Superbus terugkwam van de veldslag, waren de stadspoorten gesloten en moest hij (en het hele geslacht van Tarquinii) in ballingschap.

Na het verdrijven van Superbus legde het Romeinse volk de gelofte af: voortaan zal geen koning de troon meer bestijgen.
Deze blinde haat tegenover het koningschap zal 5 eeuwen later de oorzaak zijn tot de moord op één van de beroemdste Romeinen.

De val van Tarquinius Superbus in 509 v.Chr. betekent het begin van een nieuwe periode: de Romeinse Republiek!!

Top


Copyright © Steven Poelmans